PUBLIC LECTURE / PUBLIEKE LES – Paul Blondeel

Nederlands onderaan

Seeing the invisible contributions to society. Reading (public space in) Molenbeek

Public lesson by Paul Blondeel (Cosmopolis VUB – Antwerp University)
Wednesday 11/05/2016, 18:00-21:00 @ Argos (Rue du Chantier / Werfstraat 13, 1000 BXL)

What makes us believe that neighbourhoods in the Brussels canal area are homogeneously poor and impotent? Why are these beliefs so persistent? Can we see the efforts and investments of local residents as a contribution to society? What kind of skills are they mobilizing in this respect? These questions will be discussed and illustrated by Paul Blondeel, who will use his fieldwork research in Molenbeek, the work of Michel de Certeau and Arlette Farge as well as a key documentary of Jef Cornelis.

PRACTICAL

Language: Public lesson in English. Documentary (approx. 55’) in Dutch, with English subtitles.
Freely accessible but registration is mandatory. The number of participants is limited.
In collaboration with Brussels Academy

Residents of the Brussels canal area are not only confronted with severe forms of inequality, but also with a long-lasting and persistent negative reputation. A negative reputation itself may reproduce inequality, and it often decreases the economic chances to escape from it (e.g. processes of redlining). These processes have been described at large, for instance by urban sociologists and their research about the unequal distribution of housing, income and amenities in an urban territory. However, the study of bottom-up processes of local residents is largely neglected in mainstream social theory. For example the efforts and the investments families in the canal area do to preserve these neighbourhoods from a total decline is not seen as a contribution to society. Public opinion still defines these districts as a mere expenditure and not as a key location for an integral policy of urban development. So, the question might be a reversed one: how does a society succeed in making these efforts and investments INvisible? What are the conditions to unveil these efforts and investments, without surrendering to a mere ‘human interest’ discourse?

During the lesson Paul Blondeel discusses some counter reputations and alternative discourses, drawing on his own fieldwork in Molenbeek during the 1990’s and on the scholars Certeau and Farge who dealt with these issues. The lesson pays tribute to the work of Jef Cornelis and his film ‘Brussels, fragments of happiness’ (1995). The footage was mainly shot in Molenbeek and demonstrates how daily routines can be shown and even filmed without diminishing the lives and realities of these citizens.

PBlondeel
Lieven Soete

Onzichtbare bijdrages zichtbaar maken. De publieke ruimte lezen, Molenbeek als case

Publieke les door Paul Blondeel (Cosmopolis VUB – UAntwerpen)
Woensdag 11/05/2016, 18:00- 21:00 @ Argos (Werfstraat 13, 1000 Brussel)

Een aantal wijken de Brusselse benedenstad heeft een homogeen slechte reputatie: deze bewoners zijn arm en armlastig; zijzelf en hun gezinnen vermogen quasi niets; voor de samenleving zijn ze een loutere kostenpost. Hoe kunnen we ondanks deze beeldvorming de dagelijkse en andere investeringen van deze Brusselaars op het spoor komen? Hoe en waar investeren mensen die volgens de gangbare criteria niet kunnen investeren? Wat zegt dit over onze blik en onze positie als stedelijke professionals (basiswerker, journalist, ruimtelijk planner)? Deze vragen worden behandeld door Paul Blondeel, op basis van zijn eerder veldwerk in Molenbeek (1993-98), het werk van Michel de Certeau en Arlette Farge en aan de hand van een sleuteldocumentaire uit het werk van Jef Cornelis.

PRAKTISCH
Taal: Publieke les in het Engels.
Gratis maar inschrijven is verplicht. Het aantal deelnemers is beperkt.
In samenwerking met Brussels Academy

Bewoners van de Brusselse laagstad worden niet alleen geplaagd door vele vormen van ongelijkheid maar ook door taaie processen van reputatievorming. Een negatieve reputatie kan op haar beurt nieuwe ongelijkheid creëren, bijvoorbeeld doordat de economische mogelijkheden om aan achterstelling te ontsnappen zelf kleiner worden (cfr. redlining). Stadssociologen hebben deze processen nauwgezet beschreven, met name de ongelijke verdeling van inkomen over het stedelijk gebied en de ongelijke toegang tot kwaliteitsvolle voorzieningen. De studie echter van bottom up processen is veel minder uitgewerkt: de feitelijke praktijken en investeringen waarmee deze Brusselaars reeds decennia lang hun wijken overeind houden en behoeden voor algeheel verval. De publieke opinie ziet deze stadswijken niet als sleutellocatie voor een integrale stadsontwikkeling maar als een zuivere kostenpost. Om die reden lijkt het legitiem de vraag om te keren: hope slaagt een samenleving erin om de bijdrage van deze mensen en gezinnen systematisch onzichtbaar te houden? Kunnen we condities aanwijzen die het mogelijk maken deze onzichtbaarheid te doorbreken? Is het haalbaar om de volle bijdrage van deze wijken te tonen (en zelfs te filmen) zonder terug te vallen anekdotiek of trieste human interest verhaaltjes?

Behalve bovenstaande vragen, stelt Blondeel enkele alternatieve reputaties voor, counter narratives die op hun beurt teruggaan op specifieke manieren van kijken en op het werk van ondermeer Michel de Certeau en Arlette Farge. De publieke les brengt ook hommage aan het oeuvre van Jef Cornelis. Diens film ‘Brussel, scherven van geluk’ werd grotendeels in Molenbeek gedraaid (1995) en wordt tijdens de les integraal getoond en besproken. In de film problematiseert Cornelis de blik van de media en werkt hij tegelijk een alternatief uit: het dagelijks leven in deze wijken kan voluit getoond en gefilmd worden zonder het te degraderen tot couleur locale of anekdote.